logo PORTAIL.WALLONIE.MUSEUM visiter voir apprendre informer

Schatkamer van de kapittelkerk van Visé

VISECarte wallonie

 

Beschrijving

Praktische informatie

Avantages

Fotogalerij

Documentaties [fr]

[nl] Publications [fr]

Infrastruktuur

[nl] Dans la région ... [fr]

 

Trésor de la Collégiale de Visé

Place de la Collégiale

4600 VISE

04/374.85.63

museedevise@skynet.be

Religieuze kunst   Geschiedenis   Folklore

 

Beschrijving

12103639.JPG12103641.JPG

Collections

De schatkamer met religieuze kunst van de oude kapittelkerk in Visé bevat verschillende kunstwerken waaronder het belangrijkste, het reliekschrijn van saint Hadelin uit de 11de eeuw (de 2 pignons) en uit de 12de eeuw (de twee lange zijden van het schrijn). Verder is er ook de buste van de heilige die in de 14de eeuw werd gemaakt (houten polychroom hoofd) en door zilversmid Goesin in de 17de eeuw gerestaureerd (de buste: schouder). Er is ook een lutrijn, een vloersteen die bewerkt werd door de grote beeldhouwer Jean Del Cour.....Saint-Hadelin was een van de talrijke christelijke missionarissen die in de 7de eeuw uit Aquitanië waren gekomen. Hij volgde zijn gezel Remacle bij diens evangelisatiewerk van de Ardennen. Aan zijn meester dankt men de stichting van de abdijen van Stavelot, Malmedy en samen met Hadelin, die van Cugnon. De belangrijkste missie van Hadelin zelf was het stichten van de gemeenschap van Celles (dicht bij Dinant). De plaatselijke romaanse kerk werd in 1047 door de bisschop van Luik Wazon ingewijd, tezelfdertijd als het eerste schrijn (waarvan de twee pignons met de laatste overblijft met de strijdende Christus die het Kwade overwint en de rechter Christus die Remacle en Hadelin kroont). De lange zijden dateren bij iconografische en technische vergelijking uit het derde kwart van de 12de eeuw, de gouden tijd van de Maaslandse kunst. Acht zilveren reliëfs in gedreven zilver vertellen het religieuze leven van Hadelin zoals dat beschreven staat in de Vita Hadelini (geschreven omstreeks het jaar 1000). Het zien van de duif dat zijn missie bepaalde (1) gevolgd door de zegening door zijn meester Remacle (2) en de steun van de autoriteiten van de heerlijkheid van dat ogenblik met het bezoek van Pepijn van Herstal die hem om een audiëntie vroeg. (3). Gesterkt door deze steun en de terreinen die hem waren toegekend, kon Hadelin een gemeenschap stichten en ontvangt hij zijn eerste leerlingen (4). De tweede lange zijde toont de wonderen die in de buurt van Celles gebeurden (van de naam van 'Cellae'...grotten in de vallei van de Lesse). De boerenwereld met zijn regelmatig terugkerende angsten wordt gerustgesteld door het mirakel van de bron, die in Franchimont (Philippeville) ontspringt (5). Het is zeker het mooiste reliëf van het schrijn, dat de prachtige stijl van de doopvont van St. Barthélemy in Luik imiteert. De stedelijke wereld met de nabijgelegen stad Dinant is bezorgd om de lichamelijke pijnen en de genezing van een stomme. (6). De wereld van de adel wordt op de proef gesteld met de heropstanding van Guiza, een dame uit een adellijke familie die haar fortuin aan Hadelin wil schenken. Ze komt weer tot leven zodra Hadelin binnenkomt en bevestigt deze gift door afstand te doen van een handschoen. (7). Het einde van het avontuur van Hadelin is zijn dood en het leggen van zijn lichaam in een sarcofaag (in 690) (8).

Bâtiment

De eerste kerk van Visé zou uit de 8ste eeuw dateren, maar ze is waarschijnlijk ouder. Men zegt dat Bertha, een dochter van Karel de Grote er begraven is. Deze parochiekerk die aan Sint-Maarten is gewijd, zal later, bij de aankomst van het kanunnikenkapittel van Celles, bevorderd worden tot kapittelkerk. Deze kanunniken brachten in 1338 het kostbare reliek van hun heilige stichter mee, om zo te ontsnappen aan de afpersing van de lokale heer van Celles-Vêves. Een kleine stad, recentelijk omringd door vestingsmuren (1330) ontvangt hen en geeft hen bijna een kwart van de oppervlakte om er hun klooster te bouwen (met priesterlijke onschendbaarheid). Ze wordt beschadigd bij de doortocht van Karel de Stoute (1468), door de beeldenstormers (eind 16de eeuw), op het moment dat de wallen in 1675 door de legers van Lodewijk XIV werden verwoest en in het begin van de 20ste eeuw door een brand die op 10 augustus 1914 door de Duitse legers werd aangestoken. Ze werd in 1924, -1925 door de architecten Jamar en Deshaye in gotische stijl heropgebouwd. De vestingmuur van het oorspronkelijke geklasseerde koor (16de eeuw) werd behouden. De romaanse toren en de neoklassieke beuken werden volledig vervangen. Het koor en de gebrandschilderde ramen worden momenteel gerestaureerd. (eind 19de eeuw).